Jongeren met het nationaal preventieakkoord

Mensen met een psychische aandoening en hun naasten moeten de juiste zorg kunnen krijgen op het moment dat zij die nodig hebben. En dat betekent onder andere dat mensen niet weken, maanden of zelfs langer dan een jaar moeten wachten op behandeling in de ggz. Zijn moeten kunnen rekenen op goede zorg, gegeven in een veilige omgeving, waarbij dwang en drang wordt voorkomen. De zorg hoort aan te sluiten op de behoeften van de cliënt en de naasten: het is belangrijk dat zij samen met de behandelaar beslissen over de behandelmethode. Daarbij moet goed rekening worden gehouden met de persoonlijke voorkeuren van de cliënt, eventuele bijwerkingen van medicatie of culturele factoren. De basis voor de kwaliteit van de ggz is vastgelegd in zorgstandaarden, waar de behandelaren zich aan dienen te houden. MIND heeft ervoor gezorgd dat in deze standaarden ervaringskennis van cliënten en hun naasten is meegenomen en dat de standaarden in toegankelijke taal beschikbaar zijn voor iedereen.

MIND maakt deel uit van het landelijke Actieprogramma Zorg voor de Jeugd. Dit programma beschrijft ambities voor een brede jeugdhulp. In 2021 is het programma afgerond, maar dat wil niet zeggen dat alle problemen opgelost zijn. Daarom is er een vervolgprogramma gekomen: de Hervormingsagenda Jeugd. MIND heeft samen met De Nederlandse ggz, NVvP en jeugdzorgorganisaties voor elkaar gekregen dat er extra geld beschikbaar kwam voor crisishulp in de jeugd-ggz en de jeugdzorg.

Daarnaast is er ook hard gewerkt aan de aanpak wachttijden, want die zijn nog steeds veel te lang. MIND denkt hierin mee, omdat de wachtlijsten voor patiënten en hun naasten onacceptabel zijn en leiden tot onmacht, onzekerheid, toename van problemen en onnodig leed. Met diverse maatregelen (zoals bijvoorbeeld een levensbrede intake voor patiënten en een betere overdracht tussen de ggz en huisartsen) wordt geprobeerd de instroom van patiënten in de ggz te verminderen en de druk op de ggz te verlichten. Helaas hebben de maatregelen tot op heden nog niet geleid tot een aantoonbare afname van de wachtlijsten. Wij zullen als MIND blijven strijden voor tijdige zorg en met het veld zoeken naar oplossingen.

MIND werkt met AKWA ggz aan de doorontwikkeling van ggz-zorgstandaarden. In 2021 zijn er diverse zorgstandaarden opgeleverd, zoals de zorgstandaard Dissociatieve stoornissen. Maar we zijn er alert op dat deze standaarden alleen maar een papieren werkelijkheid zijn. Om het gebruik in de praktijk te waarborgen heeft MIND hulpmethoden ontwikkeld. Zo stimuleren we met de methode ‘Samen Beslissen’ dat behandelaren de kwaliteitsstandaarden goed gebruiken en hierbij ‘samen beslissen’ met de cliënt en de naasten over de behandeling. Zo kan er gemakkelijker een keuze worden gemaakt uit alle mogelijke behandelingen (bijvoorbeeld psychotherapie, medicatie, zelfmanagement). Om professionals hierin te trainen, worden door ons MIND Expertcenter ervaringsdeskundigen ingezet bij beroepsopleidingen van bijvoorbeeld psychiaters en psychologen: zo leren behandelaren uit de eerste hand hoe mensen met psychische klachten en hun naasten hun klachten en de bejegening in de zorg ervaren.

MIND vindt het belangrijk dat elke hulpzoeker goed geïnformeerd is over de zorgvraag, aandoening en behandelmogelijkheden. Daarom ontwikkelden we in 2018 de website Kiezenindeggz.nl, waarop we informatie bieden over aanbieders in de ggz, hun locatie, klantbeoordelingen, inhoudelijke informatie, kwaliteitsgegevens en vergoeding door verzekeraars. In 2021 hebben we de website aangevuld en verbeterd. In dit jaar had de keuzesite 46.000 bezoekers.

De overdracht van medicatiegegevens van een patiënt binnen de zorg is helaas niet altijd compleet en actueel. Dit brengt risico’s met zich mee. De medicatieveiligheid en overdracht tussen zorgbieders kan sterk verbeteren; dat zal grotendeels via de digitale weg moeten gebeuren. Hiervoor is het landelijke meerjarenprogramma ‘Medicatieoverdracht in de Keten’ opgezet. MIND en Patiëntenfederatie Nederland werken hieraan mee om het perspectief vanuit de patiënt te waarborgen. Verder werkte MIND mee aan een studie en artikel over afbouwmedicatie en verkenden we wegen hoe we mensen in Nederland nog beter kunnen informeren over psychofarmaca, bijwerkingen en afbouw van medicatie.